Een zorg minder!
Ga terug

Geen vergunning nodig voor het weiden van vee

26 oktober 2022

Voor de ammoniakemissie die vrijkomt bij het weiden van vee is geen specifieke vergunning nodig, op voorwaarde dat de grond op de referentiedatum in gebruik was als landbouwgrond.

Met de referentiedatum wordt de datum bedoeld waarop de omliggende Natura 2000-gebieden aangewezen werden, voor de meeste gebieden ligt deze datum tussen 10 juni 1994 en 2004. Als de grond waarop het vee geweid wordt al voor die datum als landbouwgrond in gebruik was, is de toename van emissie door weiden uitgesloten.

Bij weidegang neemt de stikstofemissie op twee manieren af. Allereerst is er minder emissie vanuit de stal omdat het vee er minder aanwezig is en het emitterend oppervlak uitdooft wanneer er langere tijd geen nieuwe mest in de put valt. Daarnaast wordt er minder stalmest uitgereden omdat een deel van de mest nu als weidemest door het vee geproduceerd wordt. Doordat de urine en mest niet mengen in de wei komen hier minder emissies bij vrij dan bij het uitrijden van stalmest.

Het weiden van vee is onlosmakelijk verbonden met het houden van vee. Daarom moet in de vergunningsaanvraag voor de huisvesting wel genoemd worden dat het vee geweid wordt. Vervolgens moet ook aangegeven worden op welke percelen het vee geweid zal worden. De provincie controleert dan of deze percelen inderdaad al in gebruik waren als landbouwgrond toen de omliggende Natura 2000-gebieden aangewezen werden.

Het bemesten van grond wordt gezien als een ander project dan het weiden en houden van vee. Het is immers niet onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het land kan ook bemest worden met mest die aangevoerd is op het bedrijf. Bij het bemesten van de grond is de boer gebonden aan stikstofnormen zoals deze in de Meststoffenwet zijn vastgelegd. De stikstofnormen geven als het ware een ruggengraat, een referentiesituatie, waaraan de emissie van het mest uitrijden berekend kan worden.

Onlangs is bovenstaand verhaal uitgebreid besproken door de Raad van State. In een zaak waarin de MOB en Leefomgeving Milieu tegenover het college van de provincie Utrecht stonden heeft de rechtbank beslist dat weiden als project niet los gezien kon worden van het houden van koeien in een stal. Ook kon niet bij voorbaat vastgesteld worden dat de ammoniakemissie lager was wanneer koeien in de wei liepen. De rechtbank had vervolgens vijf vragen opgesteld waarmee per bedrijf bekeken kon worden of het weiden een negatief effect had op de ammoniakemissie. Deze vragen gingen onder andere over de herkomst van de mest (van eigen bedrijf of van een ander bedrijf) en of de stikstofgebruiksnorm in de praktijk altijd wel maximaal benut was.  

Het college stelde bij de Raad van State een hoger beroep in op de criteria die de rechtbank had opgesteld. Het college is van mening dat de rechtbank onterecht waarde hecht aan de feitelijke bemestingssituatie. De feitelijke situatie is niet van belang voor het bepalen van de referentiesituatie. De referentiesituatie moet bepaald worden aan de hand van het gebruik van de grond en de wettelijke kaders die daar omheen staan.  

Als gemachtigde van de veehouder hebben wij ingebracht dat voor het bepalen van de referentiesituatie de maximaal toegestane mestgift van belang is, en dat deze vastligt in de Meststoffenwet. Omdat er op de percelen van het bedrijf niet meer mest wordt uitgereden, of wordt gebracht via beweiding, dan maximaal is toegestaan, is het uitgesloten dat beweiden voor meer emissie zou zorgen. We hebben uitgelegd dat niet het feitelijk gebruik, maar de norm die als hoogst is toegestaan het uitgangspunt zou moeten zijn voor intern salderen. Daarnaast noemden we dat de afkomst van de mest niet van belang is omdat het gaat hier alleen gaat om het gebruik van de grond. Ook het feit dat de stikstofnormen steeds strenger zijn geworden, en de technieken om mest uit te rijden steeds emissiearmer zijn geworden leidt tot de conclusie dat er geen toename van emissies plaatsvindt. Er is juist over de jaren heen een flinke afname geweest van emissies op de Natura 2000-gebieden die veroorzaakt werden door beweiden en/of bemesten.  

De algemene conclusie van de Raad van State is dat emissie van het weiden van vee kan worden weggestreept tegen de afname van de emissie van het uitrijden van mest. Dit wordt ook wel intern salderen genoemd. Voordat er intern gesaldeerd kan worden moet de referentiesituatie van het bemesten bepaald worden. De Raad van State heeft besloten dat deze referentiesituatie inderdaad bepaald kan worden aan de hand van de stikstofnormen uit de Meststoffenwet. Een significante toename van ammoniakemissie door het weiden van vee is uitgesloten als de grond die beweid zal worden daarvoor maximaal mocht worden bemest.

Hans Rietveld Agrarisch Advies
Direct contact

Direct contact

Vul uw contactgegevens in

Copyright © 2022 Hans Rietveld Agrarisch Advies | Alle rechten voorbehouden | Site-Index | Privacyverklaring

Designpro.nl | Z-IM