Een zorg minder!
Ga terug

Provincies stellen beleidsregels salderen stikstof vast

20 december 2019

Op 10 december 2019 hebben Gedeputeerde Staten van de provincies de beleidsregels voor intern en extern salderen vastgesteld. Deze treden op 13 december in werking. Dit naar aanleiding van de uitspraak van 29 mei, de publicatie van de kamerbrief op 4 oktober en de beleidsregels op 8 oktober. Hieronder de belangrijkste voorwaarden voor de twee salderingsmethoden.

Intern salderen

Alleen stikstofruimte mag benut worden die onafgebroken in bedrijf is geweest en hervat kan worden zonder dat een vergunning noodzakelijk is.

Uitgangspunt vormt de feitelijk gerealiseerde stalcapaciteit voor zover vergund conform de referentiesituatie. Dat is de bestaande Wnb-vergunning (Wet natuurbescherming) of de laagst vergunde situatie van 10-06-1994 tot heden.

Voor de feitelijk gerealiseerde capaciteit wordt uitgegaan van de op het moment van indienen van de aanvraag volledig opgerichte gebouwen en installaties. Dit kan aangetoond worden met bijvoorbeeld foto’s of rekeningen. Uitzonderingen daarop zijn mogelijk als:

   -op het moment van inwerkingtreding (13-12-19) aantoonbaar stappen zijn gezet voor volledige realisatie.

   -aantoonbaar onomkeerbare significante investeringsverplichtingen zijn aangegaan.

   -de aanvraag wordt gedaan voor een emissiearme techniek die verder gaat dan de reeds verleende emissiearme techniek. Daarbij mag geen sprake zijn van uitbreiding van dieraantallen.

De stikstofemissie in de referentiesituatie wordt berekend op basis van het Besluit emissiearme huisvesting. Dit betekent dat aanpassing hierin direct doorwerken in de vergunde situatie bij een wijziging of nieuwe vergunningaanvraag.

Bedrijven die deelnemen aan saneringsregeling varkenshouderij of vergelijkbare regelingen kunnen de bijbehorende ammoniakruimte niet inzetten voor salderen.

Extern salderen

Er bestaat een directe samenhang tussen beide bedrijven in de vorm van een overeenkomst.

De te salderen hoeveelheid stikstofemissie kan alleen worden gebruikt mits vergund, aanwezig is geweest en nog steeds in werking kan zijn. Dat is dus feitelijk gerealiseerde capaciteit.

De feitelijke uitvoering moet worden beëindigd voordat saldering plaatsvindt.

30% van de stikstofemissie wordt afgeroomd.

De vergunde stikstofemissie wordt gecorrigeerd voor het Besluit emissiearme huisvesting.

Bedrijven die deelnemen aan de stoppersregeling van het Actieplan ammoniak veehouderij, saneringsregeling varkenshouderij of vergelijkbare regelingen kunnen niet extern salderen.

Bedrijven die op 4 oktober 2019 over dier- en fosfaatrechten beschikken kunnen tot medio februari 2020 geen gebruik maken van extern salderen.

De beleidsregels vormen een verbetering ten opzichte van 8 oktober 2019. De koppeling met dier- en fosfaatrechten bij intern salderen is volledig losgelaten, evenals de daadwerkelijk aanwezige dieraantallen. Vergunde maar niet-gerealiseerde stallen die nog emissiearmer worden uitgevoerd dan vergund, kunnen alsnog worden meegerekend voor de referentie bij een nieuwe vergunningaanvraag. Verder wordt voor vergunningen een realisatie termijn van 3 jaar opgenomen.

Er zijn nog wel een paar vragen. Zo is het nog onduidelijk hoe men met bedrijven omgaan die feitelijk zijn gestaakt tussen 1 juli 2015 en 1 juli 2018. Deze stikstof is namelijk ook al in het kader van het PAS gebruikt.

Voor bedrijven met een PAS-melding heeft de minister op 4 november aangegeven dat de intentie er is om de stalcapaciteit van 29 mei 2019 te legaliseren. Daar volgt als het goed is in 2020 meer informatie over.

Hans Rietveld Agrarisch Advies
Direct contact

Direct contact

Vul uw contactgegevens in

Copyright © 2020 Hans Rietveld Agrarisch Advies | Alle rechten voorbehouden | Site-Index | Privacyverklaring

Designpro.nl | Z-IM