Een zorg minder!
Ga terug

Wijzigingen aanmelddata GLB en 2023 als overgangsjaar

7 oktober 2022

Afgelopen week heeft de RVO nieuws gedeeld over de invoering van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.
In overleg met Europa is het Nationaal Strategische plan informeel goedgekeurd. Dit betekent dat het plan binnenkort officieel goedgekeurd zal worden. Om de goedkeuring te krijgen zijn er wat wijzigingen doorgevoerd in de conditionaliteiten.

Hieronder leest u meer over:

  • Wijzigingen in de agenda
  • Wijzigingen in conditionaliteiten
  • 2023 als aanpassingsjaar

Wijzigingen in de agenda

Het ANLB (Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer) wordt flexibeler, het wordt mogelijk om aanpassingen te doen in het afgesproken beheerplan. De deelname aan het ANLB moet wel alvast voorlopig bevestigd worden, in 2023 kan het beheerplan dan eventueel bijgesteld worden. Activiteiten schrappen zal daarbij makkelijker zijn dan activiteiten toevoegen.  

Wijzigingen in conditionaliteiten

GLMC 4 Bufferstrook

Langs alle watervoerende sloten moet een bufferstrook aangehouden worden. Deze bufferstrook mag niet bemest worden en er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen op gebruikt worden. De bufferstrook wordt breder, 3 meter in plaats van 2 meter.

Er is wel uitzondering mogelijk: wanneer de bufferstrook meer dan 4% van het totale perceel beslaat mag de breedte van de strook terug naar 1 meter. Wanneer er dan nog steeds meer dan 4% areaal bedekt is mag de breedte van de strook terug naar 0,5 meter.

Langs waterlichamen uit de Kaderrichtlijn Water en ecologisch kwetsbare waterlopen moet een bufferstrook van 5 meter breed aangehouden worden. Wanneer de bufferstrook langs een waterlichaam uit de Kaderrichtlijn Water meer dan 4% van het areaal is mag de breedte terug naar 3 meter. Wanneer er dan nog steeds meer dan 4% areaal bedekt is mag de breedte terug naar 1 meter, dit geldt alleen als de sloot niet breder is dan 10 meter. Voor ecologisch kwetsbare waterlopen geldt deze uitzondering niet. De bufferstrook om deze sloten moet te allen tijde 5 meter breed zijn.

GLMC 6 Bodem minimaal bedekken

Op niet-productieve percelen wordt een groenbemester ingezaaid tussen 31 mei en 31 augustus. Bedekken met gewasresten of ruige stalmest mag ook.

Specifiek voor kleigrond zijn de volgende eisen toegevoegd:

  • Voor zware klei dient in de periode 01-augustus tot 01-november 80% van het bouwland op het bedrijf minimaal 6 weken bedekt te zijn.
  • Voor overige klei dient in de periode 01-augustus tot 30-november 80% van het bouwland op het bedrijf minimaal 8 weken bedekt te zijn.

GLMC 7 Gewassen op bouwland roteren

Deze conditionaliteit is volgend jaar nog niet verplicht in verband met de oorlog in Oekraïne. De conditie is als volgt:

Op minimaal 30% van het bouwland vindt gewasrotatie plaats. Op elk perceel staat elk vierde jaar een ander gewas als hoofdteelt. De jaarlijks verplichte gewasrotatie op minimaal 30% van het bouwland kan ook ingevuld worden met een volgteelt, zolang dit een ander gewas is als de hoofdteelt.

Aanvullende verplichtingen:

  • De landbouwer op zand- en lössgronden is verplicht om eens in de vier jaar een rustgewas te telen. Vanaf 2027 wordt dit eens in de drie jaar.
  • In de gemeente Oldambt geldt een uitzondering: hier mogen wintergewassen continu geteeld worden wanneer op bedrijfsniveau voldaan wordt aan gewasdiversificatie.

GLMC 10 Bufferstroken langs droge waterlopen

Deze GLMC is onlangs toegevoegd als aanvulling op GLMC 4. Ook langs droge sloten moet een bufferstrook aangehouden worden. Deze moet minimaal 1 meter breed zijn. Droge sloten zijn sloten die onder normale weersomstandigheden tussen 1 april en 1 oktober droogvallen.

2023 als aanpassingsjaar, welke versoepelingen?

Het eerste jaar van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouw Beleid wordt een overgangsjaar waarin enkele versoepelingen zijn doorgevoerd.

Bufferstrook en 4% niet-productief areaal
Akkerbouwers die hun wintergewassen al ingezaaid hebben konden nog niet rekenen met de drie meter brede bufferstroken langs de sloot. Ook is het nog niet mogelijk om het 4% niet-productieve areaal uit te rekenen, omdat de juiste tool daarvoor nog niet beschikbaar is. Er zullen daarom volgend jaar geen kortingen toegepast worden wanneer blijkt dat niet alles aan de conditionaliteiten voldoet. Boeren worden wel gecontroleerd en geïnformeerd, en krijgen informatie zodat men zich voor kan bereiden om in 2024 wel aan alle conditionaliteiten te voldoen.  

Twee conditionaliteiten gelden in 2023 niet. Dit gaat om de gewasrotatie (GLMC 7) en het 4% niet-productief areaal (GLMC 8).

Het 4% niet-productieve areaal is volgend jaar al wel van belang voor de eco-regeling. Om de eco-activiteiten groene braak, houtige elementen of kruidenrijke bufferstroken toe te kunnen passen moet eerst voldaan worden aan het 4% niet-productieve areaal. Wanneer houtige elementen ingezet worden om te voldoen aan het 4% niet-productief areaal, kunnen ze niet daarnaast ook ingezet worden voor de eco-regeling. Deze activiteiten zijn vaak wel van belang voor het halen van voldoende punten om deel te kunnen nemen aan de eco-regeling. Het minimale aantal punten voor biodiversiteit en landschap wordt daarom verlaagd. Zo is het niet noodzakelijk om deze activiteiten in te zetten als eco-activiteit om daarmee de instapgrens te behalen.

Goed om te weten, het 4% niet-productieve areaal is niet voor iedereen verplicht. U bent vrijgesteld wanneer meer dan 75% van uw totale subsidiabele landbouwgrond uit blijvend grasland of waterteelten bestaat. Ook bent u vrijgesteld wanneer u meer dan 75% van uw bouwland gebruikt voor grassen, kruidachtige voedergewassen, braak en vlinderbloemige gewassen.

Hans Rietveld Agrarisch Advies
Direct contact

Direct contact

Vul uw contactgegevens in

Copyright © 2022 Hans Rietveld Agrarisch Advies | Alle rechten voorbehouden | Site-Index | Privacyverklaring

Designpro.nl | Z-IM