Fosfaatreferentie voor melkvee

28-10-2014 om 14:14:54 uur

Vanaf 1 januari 2015 mogen melkveehouders en jongveeopfokbedrijven alleen groeien, wanneer voor het extra geproduceerde fosfaat grond beschikbaar is of wanneer dit extra fosfaat voor 100% wordt verwerkt. Per bedrijf wordt op basis van de forfaitaire productie en de fosfaatruimte in 2013 een zogenaamde ‘melkveefosfaatreferentie’ vastgesteld. Vlees vee en andere diertakken worden buiten beschouwing gelaten.

De referentie wordt vastgesteld door de fosfaatproductie van melkvee in 2013 te verminderen met de fosfaatruimte in 2013. De melkveefosfaatreferentie is feitelijk het fosfaatoverschot van 2013 berekend met de productieforfaits van 2015. Bedrijven zonder overschot in 2013 krijgen een fosfaatreferentie van 0 kg toegekend.

Bedrijven die vanaf 2015 meer melkvee houden en daardoor een hoger fosfaatoverschot (vanuit melkvee) hebben, moeten het extra overschot voor 100% verwerken. Een melkveebedrijf met een bedrijfsoverschot moet ook aan de ‘normale’ verwerkingsplicht voldoen.

Rekenvoorbeeld
In 2015 produceert een melkveebedrijf  5.000 kg fosfaat.  Het bedrijf kan zelf 3.000 kg fosfaat plaatsen. Het bedrijfsoverschot is dan 2.000 kg fosfaat. In 2013 was er sprake van een overschot van  1.000 kg fosfaat, dit is de melkveefosfaatreferentie . Het bedrijf is gelegen in regio ‘overig’ waarvoor het verwerkingspercentage 10% is.

De totale verwerkingsplicht is dan als volgt:

Bedrijven die ten opzichte van 2013 uitbreiden, maar vanaf 2015 voldoende grond hebben om de volledige fosfaatproductie te kunnen plaatsen, krijgen geen mestverwerkingsplicht. Deze bedrijven hebben immers geen bedrijfsoverschot. Heeft u vragen over de melkveefosfaatreferentie en verwerken? Neem dan contact met ons op.

ga terug

Technisch gebouwd door: designpro.nl | Optimalisatie door Z-IM.nl