Fosfaatreductieplan definitief

14-12-2016 om 17:20:52 uur

Het fosfaatreductieplan is definitief. De partijen hebben de verwachting met het fosfaatreductieplan de derogatie in 2017 veilig kan worden gesteld. Ook is het de verwachting dat hiermee de onderhandelingen over een nieuwe periode van derogatie (2018-2021) mogelijk zijn. De Europese Commissie moet nog wel instemmen met het maatregelenpakket. Drie pijlers voorzien in een reductie van 8,2 miljoen kilogram door de melkveehouderij:

  1. Bedrijfsbeëindiging (2,5 miljoen kilogram)

In de eerste helft van 2017 wordt een bedrijfsbeëindigers- en krimpregeling opengesteld om de veestapel te reduceren. De regeling is in eerste instantie bedoeld voor bedrijven die de melkproductie in het eerste of tweede kwartaal van 2017 geheel willen beëindigen.

Melkveehouders die van de regeling gebruik willen maken, hebben drie keer de gelegenheid om in te tekenen. De eerste openstelling zal in het eerste kwartaal van 2017 plaatsvinden. Nadere berichtgeving hierover volgt. De premie per melkkoe wordt in de volgende openstellingen steeds lager en minder aantrekkelijk. De exacte premie moet nog worden vastgesteld.

Alleen het aantal koeien van de GVE-categorie 100 dat op 13 oktober 2016 op het bedrijf geregistreerd stond, komt in aanmerking voor de regeling. Bedrijfsbeëindigers mogen jongvee (GVE-categorieën 101 en 102) aanhouden, maar het aantal stuks jongvee mag in 2017 niet in aantal toenemen.

Op basis van de resultaten van de eerste inschrijvingsperiode zal worden besloten of de regeling naast de bedrijfsbeëindigers ook wordt opengesteld voor melkveehouders die hun bedrijf in 2017 voortzetten maar een deel van de melkveestapel inkrimpen.

  1. Fosfaatreductie via voer (1,7 miljoen kilogram)

De diervoederbedrijven verenigd in brancheorganisatie Nevedi hebben zich voorgenomen de fosfor gehaltes in het mengvoer verder te verlagen. Hiernaast wordt door de organisaties onderzocht of het mogelijk is om afspraken te maken over het beter managen en sturen van fosfor in  het totale voerrantsoen.

  1. Fosfaatreductie via het remmen van de melkproductie (4 miljoen kilogram)

Het plan bevat twee regelingen. Een veehouder kan zelf bepalen welke regeling voor hem/haar het best passend is.

A. Melkgeldregeling

In deze regeling wordt aan melkveebedrijven een referentievolume melk toegekend. Het referentievolume is de melkproductie in het kalenderjaar 2015 min 4%.

Gedurende 2017 wordt de maandelijkse melklevering vergeleken met het referentievolume. Melkveebedrijven die in 2017 op maandbasis meer melk leveren dan het referentievolume, worden gekort op het melkgeld. Op het teveel geleverde volume wordt een korting toegepast van 90% van de kale melkprijs.

B. GVE-reductieregeling

In deze regeling krijgt een melkveebedrijf een GVE-referentie. Die is gelijk aan het aantal GVE’s uit de categorieën 100, 101 en 102 zoals dat op 2 juli 2015 op het bedrijf geregistreerd stond, min 4%. Het aantal GVE’s dat op 1 oktober 2016 aanwezig was, dient gedurende 2017 gereduceerd te worden tot op of onder het niveau van de GVE-referentie. De eventuele toename van het aantal GVE’s ná 1 oktober 2016 moet direct gereduceerd worden. Bedrijven die in 2015 geen fosfaatoverschot hadden hoeven bij deelname aan de GVE-reductieregeling niet te krimpen ten opzichte van 2 juli 2015.

In 2017 wordt de gemiddelde veebezetting maandelijks vergeleken met de GVE-referentie. Indien het aantal GVE’s hoger is dan de GVE-referentie wordt een korting toegepast op het maandelijkse melkgeld. Die korting wordt berekend door per maand aan elke boventallige GVE standaard 800 kilogram melk toe te kennen (ongeacht de werkelijke melkproductie) en daarop een korting van 90% op de kale melkprijs toe te passen.

Melkveebedrijven die in 2017 minder GVE’s hebben dan op 2 juli 2015 ontvangen een bonus voor elke GVE onder de referentie van 2 juli 2015 min 4 % tot een maximum van 2 juli 2015 min 10%.

ga terug

Technisch gebouwd door: designpro.nl | Optimalisatie door Z-IM.nl